Back to overview
23 september 2025 | 3 minutes

AI en Europa deel 2: het speelveld

AI en Europa deel 2: het speelveld

De AI Act maakt duidelijk wat in Europa wel en niet mag. In deel 1 schreven we hoe de EU met die wet het gedrag van AI probeert te sturen, niet de techniek zelf. Hoe hoger het risico, hoe strenger de voorwaarden. Verantwoordelijkheid voor wat AI doet staat centraal, maar zelfs de best ontworpen regels blijven theorie als de praktijk nergens op kan draaien. Je kunt het speelboek nog zo strak opstellen, zonder veld, bal en schoenen blijft het bij toekijken vanaf de zijlijn. AI vraagt namelijk om meer dan principes. Het vraagt om rekenkracht. Niet abstract, maar concreet: gespecialiseerde chips, energie, datacentra, cloudomgevingen, en een digitale infrastructuur die het allemaal verbindt. Zonder toegang tot die fysieke motor is er geen training, geen toepassing en geen schaal. En juist daarin loopt Europa achter. Een taalmodel, medische beeldherkenning of voorspellend algoritme werkt niet zonder miljoenen berekeningen per seconde. Die draaien op krachtige hardware, met de juiste omgeving en beveiliging. Zelfs het dagelijks gebruik van AI, denk aan een chatbot of klantenservicebot, blijft afhankelijk van die onderliggende rekenkracht. In Europa is die infrastructuur nu vaak schaars, duur of afhankelijk van anderen. Dat knelt, zeker voor publieke instellingen en jonge bedrijven.

In deel 1 schreef ik al dat de AI Act veel vraagt van organisaties. Uitleggen wat je systeem doet, verantwoorden waar data vandaan komt, inschatten of je toepassing in een risicocategorie valt. Maar daar komt nu een fundamentele laag onder: kan het systeem überhaupt draaien in een Europese context?

Voormalig ECB-directeur en oud-premier van Italië Mario Draghi waarschuwde begin dit jaar in zijn rapport over Europese concurrentiekracht en het vestigings- en investeringsklimaat, dat de EU zonder digitale infrastructuur simpelweg geen gelijke speler is. Hij noemde het gebrek aan rekenkracht geen technisch ongemak, maar een strategische kwetsbaarheid. De boodschap was helder: wie in AI wil meedoen, moet niet alleen weten wat mag, maar vooral zorgen dat het kan. Die oproep krijgt nu beleidsmatige vertaling in de Cloud and AI Development Act, onderdeel van de bredere AI Continent-strategie. De wet moet zorgen voor structurele uitbreiding van de Europese rekenkracht: een verdrievoudiging van datacentercapaciteit in vijf tot zeven jaar. Met oog voor duurzaamheid, spreiding en snelheid. Ook met het doel om publieke AI-toepassingen in Europa te kunnen huisvesten, zonder te hoeven uitwijken naar platforms buiten het eigen rechtsgebied.

De wet gaat dus over meer dan cloud. Ze raakt aan geopolitiek, innovatie, energie, en de randvoorwaarden voor een geloofwaardig AI-beleid. Want zolang ziekenhuizen, overheden en startups niet beschikken over betaalbare, betrouwbare compute, wordt verantwoord innoveren al snel een luxeproduct. Tegelijk probeert Brussel vooruit te kijken. Naast traditionele cloudcapaciteit investeert de EU in quantumtechnologie, post-exascale computing en hybride infrastructuren. Heel high-tech dus. Niet omdat alles morgen anders is, maar omdat strategische technologie nu om voorsorteren vraagt. Wie zijn positie wil veiligstellen, moet niet wachten tot het spel al begonnen is.

Wat staat er op het spel? De geloofwaardigheid van het Europese AI-beleid, want regels zonder infrastructuur zijn als beloften zonder budget. Voor startups geeft dit doorslag in of je kunt testen, trainen en groeien zonder ergens naartoe te moeten. Voor overheden betekent het of je grip houdt op waar gevoelige systemen draaien, en voor burgers is het de vraag of publieke technologie echt publiek is.

De AI Act legde de lat voor verantwoord gebruik. Deze wet moet zorgen dat die lat ook echt te halen is. De spelregels liggen klaar, maar zonder veld is er geen wedstrijd.