De Europese Commissie heeft grootse plannen. Met de kersverse EU Startup & Scaleup Strategy belooft ze van Europa de plek te maken om een technologiebedrijf te starten, op te schalen en te laten uitgroeien tot een wereldspeler. De ambities zijn niet mis: minder regels, meer geld, vlottere procedures en zelfs een “Blue Carpet” voor internationaal talent. De boodschap is helder: Choose Europe!
Maar terwijl Brussel aan een startup walhalla bouwt, horen we in de wandelgangen van het Spinelligebouw iets pijnlijkers: ondanks al die grote dromen van autonomie blijft Europa op gebieden als AI, cloud en data sterk leunen op mondiale spelers, waaronder toonaangevende Amerikaanse technologiebedrijven. De ambitie van technologische soevereiniteit wordt belemmerd door een realiteit waarin Europa op veel vlakken nog achterloopt. En de paradox is compleet: juist in strategische sectoren kiezen innovatieve bedrijven vaak voor economische ecosystemen waar de voorwaarden voor snelle groei al aanwezig zijn.
Begin juni waarschuwde Politico nog dat Europese bedrijven “groeien dankzij Amerikaanse tech, ondanks Europese regels”. Het laat zien dat strategische autonomie in digitale infrastructuur voorlopig meer ambitie is dan werkelijkheid. Niet omdat de wil ontbreekt, maar omdat de benodigde Europese alternatieven nog onvoldoende schaal en volwassenheid hebben. Op de korte termijn zullen Europese bedrijven dus moeten blijven bouwen op mondiale platforms en infrastructuren, eenvoudigweg omdat die vandaag de dag de meest stabiele, schaalbare en toegankelijke oplossingen bieden. En dat gaat verder dan alleen Amerikaanse spelers: ook voor essentiële onderdelen van de technologische keten is Europa afhankelijk van landen als China, Zuid-Korea en Taiwan. Digitale autonomie is daarmee geen kwestie van loskomen van een regio, maar van het structureel versterken van het eigen ecosysteem.
Er is in de EU geen gebrek aan talent, onderzoek of goede ideeën, maar wel aan kapitaal, snelheid en samenhang. Europese startups stranden vaak in de ‘double valley of death’: eerst bij het vertalen van onderzoek naar product, en dan nog eens bij het opschalen. Investeringen blijven steken in de vroege fase, terwijl groeikapitaal zeldzaam is, vooral voor kapitaalintensieve deeptech. Juist in de sectoren die als strategisch zijn bestempeld is de behoefte aan durfkapitaal het grootst. Zonder snelle schaal mogelijkheden blijven veel van deze bedrijven uiteindelijk afhankelijk van buitenlandse investeerders en infrastructuur.
Daarnaast mag de Europese markt dan groot zijn op papier, maar in de praktijk is die juist vaak versnipperd. Verschillende belastingstelsels, arbeidswetten en kapitaalmarkten maken het voor jonge bedrijven moeilijk om grensoverstijgend te opereren. De Startup Strategy van de Europese Commissie erkent dat en komt met voorstellen als een “28e regime” voor bedrijven, een soort EU-breed juridisch vehikel dat je binnen 48 uur kunt oprichten.
Veelbelovend, maar de uitvoering zal allesbepalend zijn. Dat geldt ook voor het aangekondigde Scaleup Europe Fund, dat vanaf 2026 het financieringsgat voor scale-ups moet dichten. Het idee is goed, maar of het kapitaal snel genoeg beschikbaar komt, zal bepalend zijn voor dit instrument.
Dat brengt ons bij het fundamentele spanningsveld: er is een verschil tussen een strategie en een systeem. Hoewel de EU Startup & Scaleup Strategy ambitieus is en beleidsmatig goed in elkaar lijkt te zitten, blijft ze opereren binnen een systeem waarin nationale versnippering, risicomijdende cultuur en trage bureaucratische besluitvorming diep in de genen zit.
Het idee is Europees, maar de realiteit is dus vaak nog nationaal. Dat botst. Zeker nu digitale autonomie steeds vaker een geopolitieke dimensie krijgt, zal Europa niet alleen naar beleid, maar ook naar consistentie in uitvoering moeten kijken.
Toch biedt de strategie ook echte kansen om het anders te doen. De focus op talent bijvoorbeeld, met voorstellen voor belastingharmonisatie en grensoverstijgende sociale zekerheid, toont aan dat de Commissie begrepen heeft dat innovatie op het gebied van AI, cloud en deeptech ook juist mensen nodig heeft. Daarnaast is de timing goed. De geopolitieke context, van strategische autonomie tot defensie-industrie, maakt dat startupbeleid nu eindelijk ook geopolitiek relevant wordt.
De Europese startupstrategie is dus geen wondermiddel, maar wel een stap om Europa echt aantrekkelijk te maken. De echte test zal zijn of de uitvoering net zo scherp en ambitieus is als de visie. Durven lidstaten echt stappen te maken, of blijft het bij veel woorden maar weinig daden? In het huidige Europese systeem zal die verandering in ieder geval eerst vanuit de lidstaten moeten komen. Daarbij zou het streven naar digitale soevereiniteit niet moeten uitkomen op een fixatie op onafhankelijkheid van een land of regio. In plaats daarvan moet Europa focussen op het versterken van het eigen ecosysteem: betere toegang tot groeikapitaal, snellere procedures, grensoverschrijdende samenwerking en een aantrekkelijker ondernemersklimaat.
Meer weten? Neem contact op met Roel Yska (roel@castro.brussels).