Ongeacht het seizoen is Mercosur een geschenk dat blijft geven. Het domineert al maandenlang de briefings in Brussel, de krantenkoppen van Politico en de nationale debatten, waarbij de gemoederen hoog oplopen en de standpunten bijna dagelijks veranderen. Half december is de hamvraag niet langer of de handelsovereenkomst tussen de EU en Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay ertoe doet, maar waarom de EU blijft schommelen tussen vooruitgang en pauze, en wat die voortdurende onzekerheid betekent voor het investeringsklimaat in Europa.
De EU-Mercosur-overeenkomst is meer dan twintig jaar in de maak geweest, maar de politieke problemen kwamen pas echt tot uiting na het principeakkoord van 2019. Sindsdien zijn milieukwesties, druk van boeren en verschuivende coalities de overeenkomst tot een symbool geworden van de moeilijkheid van Europa om handelsambities te verzoenen met binnenlandse politiek. Van buitenaf gezien is het signaal aan bedrijven lange tijd gemengd geweest: strategische intenties op papier, aarzeling in de praktijk. Dat patroon zette zich voort in 2025. In het begin van het jaar riep Frankrijk openlijk op tot uitstel van de overeenkomst vanwege druk vanuit de landbouwsector. Het verzoek van Macron om het tempo te vertragen onderstreepte hoe de nationale politiek nog steeds voorrang kan krijgen boven het momentum van de EU, wat het gevoel versterkte dat Mercosur politiek gezien kwetsbaar bleef. Voor bedrijven betekende dit opnieuw een herinnering dat deze tijdschema's altijd onzeker zijn.
In de zomer en het begin van de herfst begon de bredere context te verschuiven. De betrekkingen met de Verenigde Staten en China werden meer transactioneel en strategisch, en Brussel beschouwde Mercosur steeds meer als onderdeel van een diversificatiestrategie. De belangstelling nam weer toe, maar het vertrouwen volgde niet volledig. De herfst bracht zowel versnelling als verwarring. Duitsland sprak zich krachtiger uit voor de overeenkomst, waardoor de Frans-Duitse verdeeldheid opnieuw zichtbaar werd, terwijl Denemarken bevestigde dat er beslissende stemmingen op komst waren. Dat optimisme werd vervolgens snel getemperd door de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, die benadrukte dat er nog geen definitief politiek akkoord was bereikt. Opnieuw werd er niet echt vooruitgang geboekt.
Veiligheidsmaatregelen kwamen toen centraal te staan. De Commissie stelde aanvullende mechanismen voor om bepaalde sectoren te beschermen, terwijl het Europees Parlement aandrong op strengere en snellere maatregelen. Deze stappen waren bedoeld om sceptici gerust te stellen, maar zorgden ook voor vertraging van het proces. Institutioneel gezien ging het om evenwicht en legitimiteit. Economisch gezien zorgde het voor meer onzekerheid. Half december maakte de Commissie duidelijk dat zij streefde naar een definitieve ondertekening vóór Kerstmis, op voorwaarde dat zij een gekwalificeerde meerderheid onder de lidstaten kon behalen. Frankrijk bleef aandringen op voorzichtigheid voor zijn boeren, terwijl anderen waarschuwden dat verdere vertragingen de geloofwaardigheid van de EU als handelspartner zouden schaden. Wat grotendeels verdween, was regelrechte afwijzing, wat een grote vooruitgang is voor de EU. Het debat is verschoven van de vraag of Mercosur moet doorgaan, naar de vraag hoeveel zekerheid er nog nodig is voordat dat gebeurt.
In Nederland is het beeld bekend. Het parlement blijft sceptisch, vooral onder partijen die dicht bij de landbouw staan, waarbij BBB, dat zich opstelt als een groot pleitbezorger van boeren, duidelijk ongemakkelijk is. De Nederlandse regering houdt zich op de achtergrond en geeft er de voorkeur aan het definitieve pakket te beoordelen alvorens zich te committeren. Het is een pragmatische houding, maar wel een die de bredere Europese neiging om af te wachten weerspiegelt. Voor bedrijven is voorspelbaarheid belangrijker geworden dan beleidsdetails. Bedrijven kunnen zich aanpassen aan waarborgen, duurzaamheidsclausules en gefaseerde marktopenstelling. Wat veel moeilijker te beheersen is, is langdurige twijfel en onzekerheid. Jaren van aarzeling maken langetermijnbeslissingen over investeringen moeilijk en moedigen uitstel aan in plaats van voorbereiding.
Die onzekerheid werd vandaag, dinsdag, in Straatsburg opnieuw bevestigd. Het Europees Parlement stemde met een ruime meerderheid voor een aanscherping van de vrijwaringsmechanismen die aan de Mercosur-overeenkomst zijn gekoppeld, waarbij de drempels voor EU-interventie in geval van plotselinge importstijgingen werden verlaagd en nieuwe wederkerigheidseisen op het gebied van productienormen werden toegevoegd. De stemming wordt gezien als een politieke concessie aan sceptische nationale hoofdsteden, maar verhoogt ook de inzet voor wat Brussel nu een "bliksemronde" van gesprekken met de lidstaten op woensdagmiddag noemt. Die gesprekken zullen bepalend zijn voor de vraag of Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de komende dagen kan overgaan tot de definitieve ondertekeningsbesprekingen met de Mercosur-partners. Opnieuw is de boodschap aan de markten gemengd: vooruitgang, maar pas na nog een ronde van last-minute onderhandelingen.
Als Mercosur uiteindelijk wordt ondertekend, zou dit een van 's werelds grootste vrijhandelsgebieden openen, met duidelijke voordelen voor Europese en Nederlandse exporteurs en investeerders. Maar zolang het proces blijft schommelen tussen momentum en vertraging, blijven die voordelen theoretisch. In die zin is Mercosur een test geworden voor het vermogen van Europa om duidelijkheid te verschaffen. Niet omdat de overeenkomst perfect moet zijn, maar omdat een aantrekkelijk investeringsklimaat uiteindelijk afhankelijk is van geloofwaardige beslissingen, niet van voortdurende aarzeling. De vraag blijft of de EU in haar huidige vorm in staat is om die duidelijkheid te verschaffen.
Wilt u weten hoe de besluitvorming van de EU zich vertaalt in concrete risico's en kansen voor uw sector? Neem dan contact op met Roel Yska via roel@castro.brussels.